Ik ben voor het klimaat maar…

Wij willen graag 100% milieuvriendelijk zijn: lokaal boodschappen doen, het openbaar vervoer gebruiken, tweedehandskledij kopen of ruilen tot woofing vakanties. Maar tegelijkertijd vinden we het moeilijk om de sigaretten af te zweren, blijven we het vliegtuig nemen, eten we vlees en hebben we de nieuwste smartphone. Tegenstrijdig? 

Groen zijn of in ieder geval beweren groen te zijn, kost veel werk en veel compromissen. Het is moeilijk om in ons huidige leven een 100% ecologische levensstijl aan te nemen…. Zo worden we, waar we ook op ons groene pad naar een ecologisch ideaal zitten, altijd geconfronteerd met min of meer sterke paradoxen die ons een onaangenaam gevoel van cognitieve dissonantie geven. Achter dit woord schuilt een mechanisme dat we allemaal kennen: leven met twee tegenstrijdige gedachten (ik rook, maar ik weet dat roken mij doodt) of die tegen onze waarden ingaan (ik ben groen, maar ik laat elke sigarettenpeuk die minstens vijftien jaar nodig heeft om af te breken, achter me).

Uit deze onenigheid vloeit een psychische spanning voort die cognitieve dissonantie wordt genoemd. Omdat dit gevoel ons helemaal niet bevalt, proberen we het te temperen door onze acties te rechtvaardigen (ja, oké, het is niet goed om te roken, maar omdat ik biologisch eet, compenseert het). Het is normaal, gelukkig doen we dat, anders zouden we flippen. Zoals Léon Festinger, de psycholoog die dit concept theoretiseerde, uitlegt: Mensen proberen de samenhang in hun wereldbeeld, ideologie, geloofssysteem en houding te behouden.

Uiteindelijk, ecologisch of niet, zijn we allemaal goddeloos paradoxale wezens. Ja, het is waar, we kunnen de les spellen en zeggen dat wat je doet niet goed genoeg is, dat je niet naar het groene paradijs gaat. Laten we het in de plaats doen met de middelen die we hebben! Het ecologische engagement maakt deel uit van een reeks acties die geleidelijk aan deel gaan uitmaken van ons dagelijks leven, dus laten we progressieve groenen zijn in plaats van perfecte groenen. Hou op met het belachelijk maken van je collega die trots zijn/haar biologische kiwi’s koopt (ook al komen ze van de andere kant van de wereld). Wat voor jou een ecologische no-go zou zijn, is voor de ander een eerste stap in de goede richting.

We geven jullie vier paradoxen die inherent zijn aan ontluikende ecologen en bieden oplossingen binnen handbereik.

Paradox nr. 1: Ik ben groen maar ik rook.

Je houdt grote speeches over bodemvervuiling door pesticiden, je stopt met de anticonceptiepil om vervuiling van het water te voorkomen, je koopt biologische producten uit de korte keten, je verklaart de oorlog aan sulfieten door te weigeren iets anders te drinken dan natuurlijke wijn…. Geweldig, maar dat alles weerhoudt je er niet van om een nieuw pak sigaretten te kopen. Sigaretten zijn een dubbele straf: ik vernietig mijn gezondheid EN vervuil mijn gezondheid. Dus wat kunnen we doen? Ik kan mijn sigarettenpeuken in de eerste plaats recycleren. Je kunt ook deelnemen aan (buurt)schoonmaak evenementen zoals World Clean Up Day of Mooimakers, ‘t is nog eens leuk ook.

Merken zoals American Spirit (zonder additieven) of Yuma (van eerlijke handel en zonder pesticiden) hebben een biologische certificering. Maar laten we eerlijk zijn, ze verminderen niet het risico op kanker voor rokers en geven bij verbranding evenveel koolmonoxide af. Het is moeilijk om te weten of het ene merk sigaretten beter is dan het andere.

Roltabak dan maar? Het heeft natuurlijk een lagere ecologische impact omdat ze geen filters nodig heeft, maar onze longen zien er van af. 

Wat elektronische sigaretten betreft, is het nog steeds moeilijk om de werkelijke impact ervan op de gezondheid in te schatten, maar ze produceren in ieder geval geen sigarettenpeuken en geven veel minder giftige gassen af.

Paradox nr. 2: Ik ben voorstander van dierenwelzijn maar ik koop fluorescerende roze ham in de supermarkt.

Je gruwelt van de Bite Back video’s, je hebt een Sea Shepard poster boven je bed en je hebt nooit nog foie gras gegeten, maar… je kan geen neen zeggen tegen een goeie biefstuk friet. Maak je geen zorgen, dit is normaal, het is zelfs een fenomeen dat in de psychologie wordt bestudeerd, de zogenaamde vlees paradox, waarvan het onderzoek onze morele terugtrekking strategieën analyseert om onze vleesconsumptie te rechtvaardigen (“de mens heeft altijd vlees gegeten”, “hamburgers zijn te goed”, etc.). 

In plaats van op één dag vegetariër te worden die afziet met elk stuk worst dat je voorbij ziet komen, kan je voor een rationelere vleesconsumptie gaan: minder maar beter consumeren, d.w.z. de herkomst van je vlees en de omstandigheden waaronder deze is gekweekt kennen, industriële producten vermijden (alle producten die verwerkt vlees bevatten voor het leven bannen) en iets anders leren koken dan vlees. De vegetarische keuken heeft de verdienste dat het uiterst inventief is op het gebied van de keuken, het is tijd om je smaakpapillen te scherpen en er is geen gebrek aan recepten. 

Paradox nr. 3: Ik ben tegen de fast-fashionindustrie maar de solden laat ik niet aan mij voorbij gaan.

Elk jaar worden er over de hele wereld 100 miljard kledingstukken verkocht. Honderd miljard. Daarvan belandt een groot deel op de vuilnisbelt. Want gemiddeld dragen we een kledingstuk niet meer dan zeven keer. Het is een van de meest vervuilende industrieën ter wereld. De kledingindustrie is verantwoordelijk voor acht procent van de mondiale uitstoot van broeikasgassen. Het enorme waterverbruik, de textiel afvalberg en de CO2-uitstoot brengen een grote impact op het klimaat met zich mee.

En toch houden we van kleren. Ook al weet je dat je maar een klein deel van de kleren draagt die je bezit…. Dus wat kun je doen aan dit consumptiepatroon? In principe zou het voldoende zijn om de aankoop van kleding die niet echt noodzakelijk is te beperken (of zelfs te stoppen) (nee, die roze bomberjack met een eenhoorn op geborduurd zal je niet veel goeds doen, behalve op oudejaarsavond misschien). Het is beter voor de planeet, voor je portemonnee en voor onze ogen, want eerlijk gezegd, een roze bomberjack, echt?

Als je jezelf toch iets geks cadeau wilt geven, heb je genoeg mogelijkheden. Nieuwe, maar kwalitatief hoogstaande merken zoals het Belgische WRYUMA zien steeds vaker het daglicht. Of het Belgische HNST dat een beperkte reeks jeans aanbiedt die zijn gemaakt met milieuvriendelijke materialen en duurzame onderdelen. Het voordeel van kwaliteitskleding (niet per se merkkledij) is dat ze gerecycled kan worden (vergeleken met 80% van de kleding die je weggooit en in het afvalverwerkingscentrum terechtkomt). Eerlijke kledij betekent vaak ook wel wat duurder omdat de werkomstandigheden gegarandeerd zijn. Wil je je portemonnee wat sparen, dan kan je natuurlijk ook kiezen voor tweedehands kledij of closet swaps organiseren.

Het beste is nog om te leren hoe je je tien vingers kunt gebruiken om je oude vodden te repareren en ze te laten meegaan tot het einde der dagen. Ben je op je kledingstukken uitgekeken maar hecht je er een sentimentele waarde aan? Carpet of Life tovert ze om in een mooi en eerlijk Marokkaans tapijt!

Vermijd daarenboven alstublieft online winkelen, het is de beste manier om alles en nog wat te kopen, spullen die per post worden verzonden (soms van ver weg) wanneer er een grote kans bestaat dat de kleren je niet passen en je terug dient te sturen.

Paradox nr. 4: Op social media deel ik de impact van vervuiling, weliswaar via mijn nieuwe IPhone.

We hebben allemaal een vriend op sociale media die inspirerende boodschappen deelt om ons bewustzijn te vergroten. Sociale netwerken zijn geweldig voor een heleboel dingen, maar het is ook serieus wat energieverbruik om de miljarden video’s die elke seconde geplaatst worden te bekijken.

Als je verslaafd bent aan Insta, zijn er oplossingen! Zegt digitale ecologie je iets? Je kan bijvoorbeeld kiezen voor een tweedehands laptop of gebruik maken van een zoekmachine zoals Ecosia (80% van de winst gaat naar de financiering van herbebossing), Lilo (50% van de winst gaat naar de ondersteuning van eco-verantwoordelijke projecten die vooraf door de gebruikers zijn gekozen) of Ecogine (10% van de opbrengst gaat naar solidariteitsverenigingen). We kunnen ook onze onnodige e-mails verwijderen (en ik verzeker je dat het er veel zijn) of NIET naar muziek luisteren op YouTube (omdat het afspelen van video’s meer energie kost dan een eenvoudige muziek track). 

We zouden het ook nog kunnen hebben over de veganistische paradox die soms alle regels van het ecologische fatsoen martelt (zoals de veganistische collega die haar pokébowl met extra veel avocado bestelt, geleverd door een bedrijf dat haar werknemers onderbetaalt en verpakt is in plastic); of degenen die midden in de winter biologische tomaten kopen, enz. Maar de moraal van dit artikel is dat je niet alles tegelijk kunt veranderen. Noch anderen veroordelen omdat ze het volgens ons niet goed doen, noch aan zelfkastijding doen omdat we deze zomer toch uit plastic bekertje drinken op dat festival. Ecologie kost tijd, laten we geduld hebben met anderen en met onszelf.

Als je onze artikels leuk vindt, laat het ons dan zeker weten op onze Facebook pagina. Ontdek Boeren & Buren hier..

Over

belinda

belinda

Belinda is de communicatiecoördinator van Boeren & Buren.

Comments

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *