Het nieuwe GLB-voorstel voor 2028: wat betekent het voor boeren?

Er staat een nieuwe landbouwroutekaart voor Europa op stapel en de eerste ontwerpversie heeft al veel stof doen opwaaien. Begin juli 2025 publiceerde de Europese Commissie haar eerste voorstel voor het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) voor de periode 2028–2034. Het voorstel, dat aanzienlijke structurele veranderingen en bezuinigingen schetst, is in de landbouwsector op brede afwijzing gestuit. Boerenorganisaties roepen op tot protesten in Brussel.

Maar wat staat er nu echt op het spel? In dit artikel zetten we de belangrijkste veranderingen op een rij en analyseren we wat deze kunnen betekenen voor de toekomst van regeneratieve en biologische landbouw in Europa.

 

Is dit al definitief?

Wat er nu ligt, is slechts het eerste voorstel van de Europese Commissie. Er volgt nu een lang en complex traject om dit wettelijk te maken, een proces dat één tot twee jaar kan duren. De drie betrokken instellingen (Commissie, Raad en Parlement) zullen onderhandelen, en het eindresultaat wijkt vaak sterk af van de eerste versie.

Juist omdat het slechts een voorstel is, is dit het belangrijkste moment om druk uit te oefenen op zowel nationaal als Europees niveau om de onderhandelingen te beïnvloeden. De definitieve regels voor 2028 liggen nog niet vast.

De kern van de verandering: een kleiner budget en twee nieuwe strijdtonelen

Om het voorstel te begrijpen, moeten we kijken naar drie onderling verbonden veranderingen: een kleiner budget, een nieuwe interne structuur en een nieuwe relatie met andere nationale fondsen. Samen creëren ze twee nieuwe strijdtonelen voor financiering.

1. Het startpunt: een kleinere taart

De eerste en meest duidelijke verandering is de bezuiniging. Het totale GLB-budget wordt verlaagd van €387 miljard (huidige periode) naar €300 miljard voor 2028–2034. Gecorrigeerd voor inflatie is dat een reële daling van bijna 30%. Dit is niet alleen een bezuinigingsmaatregel; het maakt deel uit van een bredere verschuiving in de EU-prioriteiten naar terreinen zoals defensie en ruimtevaart. Kortom, er is minder geld te verdelen.

 

2. Strijdtoneel nr. 1: de interne strijd om middelen

De tweede grote verandering is de afschaffing van de “twee pijlers” die het GLB decennialang hebben gekenmerkt:

  • Pijler 1: rechtstreekse betalingen aan boeren.
  • Pijler 2: plattelandsontwikkeling, inclusief cruciale financiering voor milieumaatregelen, biologische landbouw en investeringen in modernisering. Veel van onze boeren die regeneratieve praktijken toepassen, konden via deze pijler financiering ontvangen.

Het nieuwe voorstel voegt alles samen in één pot. De Commissie zegt dat deze landbouwpot “geoormerkt” zal zijn, wat betekent dat nationale overheden dit minimumbedrag niet voor niet-agrarische doeleinden mogen gebruiken.

Maar dit creëert een felle concurrentie binnen het hek: door de muur tussen de twee pijlers weg te halen, moet financiering voor milieumaatregelen nu direct concurreren met basisinkomenssteun om elke euro.

 

Wat betekent deze interne strijd voor duurzaamheid in de praktijk?

De impact wordt hier heel concreet:

  • De verplichte milieuvoorwaarden voor iedereen (de zogenaamde GLMC – Goede Landbouw- en MilieuCondities) zullen verdwijnen. Dit waren de basisregels waaraan alle boeren moesten voldoen om steun te ontvangen, zoals het reserveren van een minimumaandeel land voor biodiversiteit, gewasrotatie of het behouden van bodembedekking. Elk land zal nu zijn eigen “minimale duurzame praktijken” definiëren.
  • De vrijwillige prikkels om verder te gaan dan het minimum zullen ook afhangen van de nationale overheid. Volgens het voorstel zullen eco-regelingen worden samengevoegd met het bestaande kader van Agro-milieuklimaatmaatregelen (AMKM).

Traditioneel betaalde de EU via deze AMKM’s en eco-regelingen voor praktijken zoals:

  • Het behouden van groenbemesters of vanggewassen.
  • Het creëren van bloemenranden voor bestuivers.
  • Extensieve veehouderij.
  • Overschakeling naar en behoud van biologische landbouw.

Met de nieuwe structuur zal een nationale regering moeten beslissen hoeveel van haar “geoormerkte” landbouwbudget zij toewijst aan deze cruciale AMKM’s. Dat kan 30% zijn, maar ook 5%. Hier zit de kern van het risico: een regering, onder druk van een kleiner totaalbudget, zou ervoor kunnen kiezen het grootste deel van de middelen te besteden aan basisbetalingen, en slechts een minimaal deel aan de overgang naar regeneratieve en biologische landbouw.

 

3. Strijdtoneel nr. 2: de externe strijd om middelen

De derde verandering is dat dit nieuwe, enkele landbouwfonds niet langer zelfstandig zal zijn. Het zal worden geïntegreerd in een enorme “mega-fonds” op nationaal niveau, samen met andere prioriteiten zoals cohesiefondsen voor regionale ontwikkeling.

De “oormerking” garandeert alleen een minimumbudget voor landbouw. Wil de landbouwsector meer middelen voor ambitieuze projecten (bijvoorbeeld om een landelijke omschakeling naar biologische landbouw te versnellen), dan zal hij elk jaar de strijd moeten aangaan met andere sterke nationale belangen, in plaats van om de 7 jaar op EU-niveau. Voor elke extra euro zal het ministerie van Landbouw rechtstreeks moeten concurreren met andere ministeries en hun projecten binnen hetzelfde nationale plan.

Wat dit betekent voor boeren: risico’s en (enkele) kansen

Mogelijke voordelen:

  • Meer steun voor jonge boeren: het voorstel verdubbelt het minimumbedrag dat aan jonge boeren moet worden toegekend van 3% naar 6%, wat een gerichtere stimulans biedt voor generatiewisseling.
  • Eerlijkere betalingen (in theorie): mechanismen voor “capping” en “degressiviteit” zullen worden versterkt om steun aan de grootste bedrijven te beperken en, in theorie, geld te herverdelen naar middelgrote en familiebedrijven.
  • Betere definitie van ‘actieve boer’: de steun moet gaan naar degenen die daadwerkelijk het land bewerken.
  • Nieuwe ‘bedrijfsvervangingsdienst’: er wordt een systeem voorgesteld om het boeren gemakkelijker te maken om vakantie of verlof te nemen.

Grote risico’s:

  • Duurzaamheid afhankelijk van nationale politiek: als gevolg van de “interne strijd” is het budget voor milieumaatregelen zoals biologische en regeneratieve landbouw niet langer beschermd. Het voortbestaan ervan zal volledig afhangen van de politieke wil van elke nationale regering.
  • Verlies van gemeenschappelijke normen: nu elk land zijn eigen minimale milieuregels mag vaststellen, dreigt er een “race to the bottom”, waarbij sommige landen de normen verlagen om concurrerender te zijn, waardoor boeren die al met hoge standaarden werken worden benadeeld.
  • Uitsluiting van gepensioneerde boeren: een nieuwe regel vereist dat de lidstaten ervoor zorgen dat tegen 2032 personen die een ouderdomspensioen ontvangen, geen GLB-betalingen meer krijgen. Dit kan een ernstige impact hebben in landelijke gebieden door het versnellen van landverlating.

De kern: nationale politiek wordt belangrijker dan ooit

De boodschap van de Europese Commissie is er een van flexibiliteit en macht voor nationale regeringen. Voor onze boeren is de conclusie duidelijk: de toekomst van steun voor biologische en regeneratieve landbouw zal in grote mate afhangen van de politieke wil van elk land.

Vanaf 2028 is het niet langer genoeg om alleen naar Brussel te kijken. Het zal cruciaal zijn om op nationaal niveau druk uit te oefenen om ervoor te zorgen dat onze regeringen een echte overgang naar duurzame landbouw steunen.

 

Weerbaarheid opbouwen buiten subsidies om

Deze periode van grote onzekerheid benadrukt een fundamentele waarheid: uitsluitend vertrouwen op politieke subsidies is een kwetsbare strategie. Terwijl belangenbehartiging essentieel blijft, komt echte langetermijnzekerheid voort uit het opbouwen van veerkracht op bedrijfsniveau.

Hier wordt het rechtstreekse verkoopmodel aan consumenten een cruciale buffer: voor biologische en regeneratieve boeren biedt de mogelijkheid om zich te verbinden met consumenten die hun werk begrijpen en waarderen, een stabielere economische basis. In een tijd waarin het overheidsbeleid onvoorspelbaar kan veranderen – nu mogelijk met kortere nationale koerswijzigingen – is het krachtigste instrument dat een boer heeft een veerkrachtig bedrijf en een directe band met de mensen die zijn voedsel eten.

Als je onze artikels leuk vindt, laat het ons dan zeker weten op onze Facebook pagina. Ontdek Boeren & Buren hier..

Comments

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *