Miniserie deel 3: MOEDER, WAT ETEN WE MORGEN?

 

Als we de glazen bol van George Monbiot mogen geloven, komt het eten op ons bord morgen niet meer recht van ‘t veld maar uit het labo. Met water en microben kunnen ze daar bijna alles maken. Efficiënter, veiliger, goedkoper, beter voor het milieu en zo passeren nog enkele enthousiaste claims de revue. Klein detail: Onze landbouwers hebben we dan niet meer nodig. Sterker nog, dat wordt razendsnel — tegen 2035 al voor vlees in de US? — een uitstervend beroep

Volgens dit feeding-the-world narratief moeten technologische innovaties op je bord, een verzekeringspolis bieden tegen de klimaatcrisis en grote delen van de wereld die ongeschikt zullen worden voor de landbouw. Op celreproductie gebaseerd vlees-zonder-dier en ferming fabrieken (waar met precisie fermentatie met microben bepaalde voedingsmiddelen worden gebrouwen) i.p.v. farming dus. Natuurlijk, is minder vlees eten cruciaal voor het milieu en kan innovatie daarin een grote rol spelen.

820 miljoen mensen lijden echter nog steeds honger, terwijl 2 miljard mensen micronutriënten tekort komen en 1.9 miljard overgewicht of obesitas hebben. Die cijfers spreken boekdelen. Ons voedselsysteem is goed kapot: ongelijkheden in de toegang tot voedsel leiden tot verspilling hier en tekorten daar. De distributie of (her)verdeling van het beschikbare eten lijkt een groter vraagstuk dan het productiviteitsmantra. Net zoals de groene revolutie post-Mansholt er niet in is geslaagd om honger te elimineren, lijkt het onwaarschijnlijk dat de eenzijdig technofiele benadering die Monbiot en zijn techno-tovenaars uitdragen, daar in de komende decennia in zal slagen.

 

Hebben we deze Frankenstein-vlees, melk, oliën, vis, etc. eigenlijk wel nodig?

Matteo de Vos merkt terecht op dat Monbiot’s toekomstbeeld, verre van onschuldig is. Zijn visie marginaliseert — voor de zoveelste keer — landbouwers, the rural poor en familiale landbouw als relevant model wereldwijd. Nochtans is het die familiale landbouw die in veel landen instaat voor tot 80% van de voedselvoorziening. Veel mensen gaan hun job in de voedselketen verliezen, heel veel, bevestigt Monbiot. Al lijkt dit een fait divers? In eenzelfde adem vermeldt hij dat patenten en machtsmonopolies een belangrijk aandachtspunt zijn.

Gunnar Rundgren, bio-boer, vroeger actief bij de Wereldbank en als president van IFOAM Organics International, argumenteert dat alles misging wanneer we voeding zijn gaan beschouwen als koopwaar. Alle actuele problemen in de landbouw, komen voort uit globaal kapitalisme en het behandelen van voeding als eender welke andere verhandelbare grondstof. “We moeten dat systeem in vraag stellen, meer dan te focussen op technologische ‘fixes’. We weten al hoe we duurzaam moeten eten en voedsel verbouwen.” stelt hij scherp.

 

Zijn deze technologische oplossingen het goede antwoord op een politiek vraagstuk? 

De nieuwe Europese Farm-to-Fork strategie is enigszins hoopgevend, al moeten er heel wat kanttekeningen bij worden gemaakt én is het vooral uitkijken naar de concrete vertaling ervan in nationale maatregelen en lokale impact. De snelheid van het huidige debat, de trends in verduurzaming, beleid op alle niveaus, het lijkt too little too late voor Monbiot. Het gaat tergend traag, té traag, daar ben ik het mee eens. Kijk alleen maar naar de aanloop van het nieuwe Europese Gemeenschappelijk Landbouwbeleid en hoe weinig er wordt gedaan met de input uit een lang voortraject met het brede middenveld o.l.v. Olivier de Schutter of van de agro-ecologische beweging, en je weet hoe laat het is. Een andere lobby is sterker, die van de industriële voedingsindustrie en ‘s werelds grootste multinationals. Bovendien, hebben we het dan nog niet gehad over de toegang tot grond, of de publieke uitverkoop ervan, de ‘verpaarding’ van het Vlaamse landschap (ja, it’s a thing!), land grabbing bij ons, in Oost-Europa en elders, etc.

Dus kan ik evenmin optimistisch zijn over de capaciteit van diezelfde beleidsmakers op nationaal, Europees en globaal niveau om datzelfde niveau van concentratie bij de Voedsel-zonder-boeren-industrie te verbieden. Noch het vermijden van een sociaal drama onder miljoenen landbouwers in de marktgedreven omschakeling er naar toe. Hier en in het Zuiden. De agro-industrie groeit, mega-stallen en een stijgend aantal hectaren per landbouwbedrijf staan in schril contrast met het verlies van 76% van de 100.000 landbouwbedrijven die ons land vier decennia geleden nog rijk was. 

De ogenschijnlijke tegenstelling: agro-ecologie versus agro-industrie. Zie jij door de bomen het bos nog?

Wat als het een en-en-verhaal is? 

We moeten volop inzetten op plant-gebaseerde voeding en eiwit alternatieven. En natuurlijk ook op technologische innovaties in de voeding en de landbouw (dit, dit of dit, bijvoorbeeld), maar dan niet ten koste van de landbouwer, het milieu of onze gezondheid. Tegelijkertijd moeten we durven kiezen voor kleinschalige, familiale landbouwers wereldwijd; inzetten op een landschapsbenadering, true cost pricing, agro-ecologische oplossingen én eindelijk evenredig geld vrijmaken voor onderzoek in die richting.

João Campari, topman bij WWF International, treedt Rundgren bij in een debat van de Financial Times over de toekomst van wat we eten: “Ons voedsel- en landgebruiksysteem heeft vandaag een marktwaarde van 10 biljoen dollar. Tegelijkertijd impliceert het kosten die 12 biljoen dollar bedragen. Ons voedselsysteem staat dus in het rood voor 2 biljoen dollar, meestal verborgen kosten”. Hij bekrachtigt: “De natuur kan ons bieden wat we nodig hebben, we hoeven niet te blijven zoeken naar gekke oplossingen om het voedselsysteem te repareren. We moeten de inefficiënties in het voedselsysteem verhelpen, het is niet labo-voedsel dat dit gaat oplossen.”

Mijn persoonlijke held, Olivier De Schutter (IPES-Food) legt gevat uit waarom de paradigmashift naar veerkrachtige agro-ecologische voedselsystemen zo dringend is en hoe deze kan verlopen. Volgens deze voormalig UN Rapporteur voor het Recht op Voedsel en volgens het IPCC, FAO en de Wereldbank, is agro-ecologie hierin een absolute must, de leidraad voor deze omschakeling: “Agro-ecologie bouwt veerkracht op door verschillende planten en dieren te combineren en gebruikt natuurlijke synergieën – geen synthetische chemicaliën – om bodems te regenereren, gewassen te bemesten en ongedierte te bestrijden.” Ook biodynamische landbouw en permacultuur (samentrekking van permanent agriculture), zijn in deze zin voorbeelden van regeneratieve, herstellende landbouw die voeding voorziet nu en voor de volgende generaties.

 

Ga naar deel 1, over de kansen en uitdagingen van de korte keten.

Ga naar deel 2, over wat jij kan doen en de kracht van je vork.

 

 

Als je onze artikels leuk vindt, laat het ons dan zeker weten op onze Facebook pagina. Ontdek Boeren & Buren hier..

Comments

  1. Schitterende synthese van een coherente analyse en visie van ons voedselmodel dat in duurzame ontwikkeling is van onderuit.
    Toch even melden dat de boerenmarktformule als korteketenpioniers in Vlaanderen jammer genoeg onvermeld bleven.
    De eerste wekelijkse boerenmarkt startte in Baaigem op de eerste zondag van september 1980, als antwoord op het gebrek aan leefbare toekomst voor kleine familiale bedrijven, in een uniek samenwerkingsmodel.

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *